Create
Learn
Share

Latijn - woorden Disco 2-16

rename
lauradeglopper's version from 2015-09-24 08:26

Les 2A

Question Answer
deusgod
essezijn
Olympusde Olympus
habitarewonen
rex, regeskoning
eten
frater, fratresbroer
nonniet
semperaltijd
saepevaak
ibidaar
Tartarusde Tartarus
vivereleven
terraaarde
locusplaats
obscurusdonker
nox, noctesnacht
umbra1. schim 2. schaduw
huchierheen
venirekomen
hichier
memorize

Les 2B

Question Answer
deagodin
soror, sororeszuster
uxor, uxoresvrouw, echtgenote
quoqueook
mater, matresmoeder
pater, patresvader
filiadochter
insulaeiland
ubiwaar
silvabos
flos, floresbloem
florērebloeien
puellameisje
luderespelen
memorize

Les 3A

Question Answer
per +nv.?over, door ... heen +acc
errare(rond)zwerven, dwalen
explorareonderzoeken, inspecteren
quattuorvier
equuspaard
traheretrekken
eccekijk
amicavriendin
appropinquarenaderen
intrarebinnengaan, -komen
legereverzamelen
ridērelachen
audirehoren
vidērezien
statimmeteen
amare (+nv.?)verliefd zijn (op +acc), beminnen
fugere/-iovluchten
temptareproberen (+inf)
sedmaar
eheuach, wee
in +accin, naar (binnen)
exclamareuitroepen
servareredden
rapere/-ioroven
audēredurven
enimwant, immers
timērevrezen, bang zijn voor
deindevervolgens
aperireopenen
sub +nv.?onder(in) +acc
memorize

Les 3B

Question Answer
Iupiter, IovemJupiter
Pluto, PlutonemPluto
nuncnu
reginakoningin
sedērezitten
inter +nv.?tussen, temidden van +acc
gaudērezich verheugen, blij zijn
dolēreverdrietig zijn
namwant
iuvarehelpen
reddereteruggeven
cogitare(na)denken
nec ... necnoch ... noch, niet ... en ook niet
laederekwetsen, beledigen
cupere/-iobegeren, verlangen, willen
consiliumbesluit, plan
capere/-ionemen
annusjaar
dividereverdelen
sexzes
tumtoen, dan
curare (+nv.?)zorgen (voor +acc)
memorize

Les 4A

Question Answer
milleduizend
adire (+nv.?)gaan (naar +acc)
peterezoeken, vragen
autemechter
clauderesluiten
recipere/-ioontvangen, opnemen
tandemeindelijk
ianuadeur
senex, senesoude man
dicerezeggen
salve, salvetegegroet
nusquamnergens
dormireslapen
respondereantwoorden
quiswie?
memorize

Les 4B

Question Answer
praemiumbeloning
daregeven
quidwat?
optarewensen
diulang, lange tijd
divitiaerijkdom, schatten,
sacerdos, otespriester
simultegelijk(ertijd)
vita(het) leven
finirebeëindigen
evenireuitkomen
ante +nv.?voor +acc
templumtempel
starestaan
corpus, oralichaam
subitoplotseling
arbor, oresboom
mutare (+nv.?)veranderen (in +acc)
tangereaanraken
cumwanneer, toen
ventuswind
movērebewegen
valevaarwel
memorize

Les 5A

Question Answer
feminavrouw
curwaarom
sacrumoffer
facere/-io1. doen 2. maken
praeferre (+nv.?)verkiezen (boven +dat)
genus, generaafkomst, geslacht
avusgrootvader
gens, gentesvolk
coniunx, iuges1. echtgenoot 2. echtgenote
ubiqueoveral
septemzeven
filiuszoon
fortunahet lot
numquamnooit
nocēre +nv.?schaden +dat
tantumslechts
duotwee
liberikinderen
tamquamals het ware
ideodaarom
suadēre +nv.?aanraden +dat
parēre +nv.?gehoorzamen (aan) +dat
memorize

Les 5B

Question Answer
lacrimarehuilen
dubitareaarzelen
telumpijl, werpspies
mitterezenden
caderevallen, dood neervallen
frustratevergeefs
quinquevijf
necaredoden
protegerebeschermen
desinereophouden
relinquereverlaten, achterlaten, overlaten
parcere +nv.?sparen +dat
rogarevragen
iamal, reeds
non iamniet meer
paulatimgeleidelijk, langzaamaan
saxumrots
patriavaderland
etiamzelfs, ook
aliquandosoms
lacrimatraan
memorize

Les 6A

Question Answer
circumspicere/-iorondkijken
vestigium(voet)spoor
horrērehuiveren
invenirevinden
oculusoog
complērevullen
accidit (3e persoon)pf. van accidere
accideregebeuren
exspectareafwachten
-neachtervoegsel, sluit zich aan bij eerste woord in de vraagzin; niet vertalen
parentes, esouders
paruipf. van parēre
reliquipf. van relinquere
venipf. van venire
serolaat
mors, mortem(de) dood
culpaschuld
sustulipf. van tollere
tollereoptillen
osculumkus
dedipf. van dare
adiipf. van adire
gladiuszwaard
memorize

Les 6B

Question Answer
quaererezoeken
iacēreliggen
vocareroepen
fuipf. van esse
causaoorzaak, reden
fugipf. van fugere/-io
fugerevluchten
aspicere/-ioaanschouwen, zien
respondipf. van respondēre
respondēreantwoorden
necen niet
traxipf. van trahere
traheretrekken
dixipf. van dicere
vetuipf. van vetare
vetareverbieden
amor, oresliefde
sepulcrumgraf
condere(ver)bergen
memorize

Les 8A

Question Answer
GraecusGriek
aedificarebouwen
vir, viri (groep 2)man
complērevullen
in +ablnaar
orakust
pro +nv.?voor +abl
TroiaTroje
a(b) +nv.?van(af) +abl
navigarevaren
prope +nv.?dichtbij +acc
occultareverbergen
TroianusTrojaan
de +nv.?vanaf +abl
murusmuur
spectarekijken
navis, esschip
modoslechts
citosnel
portapoort
aperuipf. van aperire
aperireopenen
e(x) +nv.?uit, sinds +abl
cucurripf. van currere
currererennen
alii ... aliisommigen ... anderen
flammavlam, vuur
delērevernietigen
urbs, urbesstad
cum +ablsamen met
ut +pf.zodra
credere +nv.?geloven, vertrouwen +dat
et ... etzowel ... als
donumgeschenk
doluslist
carēre +nv.?vrij zijn van, missen +abl
credidipf. van credere
memorize

Les 8B

Question Answer
somnusslaap
apparēreverschijnen
hostis, esvijand
habērehebben, houden
armawapens
PenatesPenaten (huisgoden)
auxiliumhulp
condere1. (op)bergen 2. stichten
lectusbed
surrexipf. van surgere
surgereoprijzen, opstaan
iipf. van ire
iregaan
instare +nv.?achterna zitten +dat
viaweg, straat
clamor, oresgeschreeuw, kreet
cepipf. van capere/-io
turbamenigte
ad +nv.?1. naar 2. tot aan, bij +acc
regiapaleis
araaltaar
horruipf. van horrēre
statuipf. van statuere
statuerebesluiten
memorize

Les 9A

Question Answer
olimvroeger, eens, ooit
maritusechtgenoot
scelus, sceleramisdaad
intereaintussen
valdezeer, heel erg
moxweldra, spoedig
verbumwoord
decepipf. van decipere/-io
decipere/-iobedriegen
aurumgoud
anteaeerder
condidipf. van condere
habēre in animovan plan zijn
sociusbondgenoot, vriend
memorize

Les 9B

Question Answer
potuipf. van posse
possekunnen
de +nv.?1. vanaf 2. over +abl
adeozo(zeer)
animushart
formagestalte, uiterlijk
matrimoniumhuwelijk
ducereleiden, voeren
nuberetrouwen (van de vrouw)
gaudēre (+nv.?)1. blij zijn 2. zich verheugen (over +abl)
numtoch niet?
sine +nv.?zonder +abl
agere1. voeren 2. leiden
moenia(stads)muren
ostenderetonen
desiderare (+nv.?)1. missen 2. verlangen (naar +acc)
quidemweliswaar, echter
memorize

Les 10A

Question Answer
dux, ducesleider, aanvoerder
bellumoorlog
iussipf. van iubēre
iubērebevelen
monērewaarschuwen
nuntiareberichten
auralucht
pervenipf. van pervenire
pervenirebereiken, aankomen in
licet mihihet staat mij vrij, ik mag
fatumlot, lotsbeschikking
obstarein de weg staan
petere1. zoeken 2. vragen 3. trachten te bereiken, gaan naar
iussumbevel
memorize

Les 10B

Question Answer
parareklaarmaken, voorbereiden
fugere/-io (+nv.?)vluchten (voor +acc)
postquamnadat
nonnetoch zeker, toch wel?
benegoed
accepipf. van accipere/-io
accipere/-ioontvangen
invitareuitnodigen
error, oreszwerftocht
narrarevertellen
devenireterechtkomen
orare (per +nv.?)smeken (bij: per +acc)
propter +nv.?wegens +acc
odi pf.haten
laesipf. van laedere
laederekwetsen, beledigen
tacuipf. van tacēre
tacērezwijgen
negare1. weigeren 2. ontkennen
conubiumhuwelijk
promisipf. van promittere
promitterebeloven
hodievandaag
apparuipf. van apparēre
sineretoestaan, laten
cogeredwingen
invitustegen mijn/jouw/zijn zin
memorize

Les 11A

Question Answer
lux, luces(dag)licht, dag
munus, munerataak
neglegereverwaarlozen
postremoten slotte
quodomdat
nihilniets
irawoede
dolor, oresverdriet, pijn
clamstiekem, heimelijk
caelumhemel
posuipf. van ponere
ponereplaatsen
vestis, eskleding(stuk)
inferi1. goden (van de onderwereld) 2. onderwereld
animaziel
vixipf. van vivere
vivereleven
perfecipf. van perficere/-io
perficere/-iovoltooien, afmaken
effugipf. van effugere/-io
effugere/-io (+nv.?)wegvluchten (voor +acc)
deseruipf. van deserere
desererein de steek laten, verlaten
poenastraf
fefellibedriegen, misleiden
sidus, sideraster
iurare (per +nv.?)zweren (bij: per +acc)
nepos, oteskleinzoon, nakomeling
manērete wachten staan
pectus, pectoraborst
memorize

Les 11B

Question Answer
coepi pf.ik begin, ik begon
tunctoen, op dat moment
nomen, nominanaam
memoriaherinnering
tenuipf. van tenēre
tenēre(vast)hebben, -houden
avertipf. van avertere
avertereafwenden
ut1. zodra (+pf.) 2. (zo)als
consistereblijven staan
constitipf. van consistere
excepipf. van excipere
excipere/-ioopvangen, ontvangen
memorize

Les 13A

Question Answer
maestusbedroefd
armatusgewapend
quamquamhoewel
longuslang
gereredragen, voeren
tamentoch
ignotusonbekend
meusmijn
virgo, virginesmeisje, maagd
pulcher, pulchra, ummooi
tamzo
quiaomdat
fugareverjagen
coegipf. van cogere
solusalleen
caruslief
deposuipf. van deponere
deponereneerzetten, afleggen
multusveel
territusgeschrokken, verschrikt
sci(v)ipf. van scire
scireweten
fuipf. van esse
memorize

Les 13B

Question Answer
potestas, atesmacht
anxiusangstig, bang
curazorg
vexarekwellen
regnum1. (konink)rijk 2. macht, heerschappij
pepulipf. van pellere
pellereverdrijven
servusslaaf
paruipf. van parere/-io
parere/-iovoortbrengen, baren
iratuswoedend
sedes, eszetel
magnusgroot, luid
vox, vocesstem
quomodohoe
puer, puerijongen
interficere/-iododen
flumenrivier
impiusschurkachtig, goddeloos
misipf. van mittere
mitterezenden
ripaoever
pastor, oresherder
parvusklein
portaredragen
memorize

Les 14A

Question Answer
itaquedus
consulereraadplegen
signumteken
mons, ntesberg, heuvel
RomaRome
consedipf. van considere
consideregaan zitten
avis, esvogel
qui, quae, quod (betr. vnw.)die, dat
fecipf. van facere/-io
coluipf. van colere
cum voegw.wanneer, toen
anof (in vraag)
ostendipf. van ostendere
ostendere(ver)tonen
pugnastrijd
cecidipf. van cadere
aliusander
fabulaverhaal
quondameens, ooit
novusnieuw
nondumnog niet
altus1. hoog 2. diep
memorize

Les 14B

Question Answer
labor, oreswerk, inspanning, moeite
domumnaar huis
cenamaaltijd
qui, quae, quod (vragend vnw.)welke
Romaein Rome, te Rome
miser, misera, miserumongelukkig
magnitudo, dinesgrootte, grootheid
legatusgezant
finitimusnaburig
celareverbergen
finxipf. van fingere
fingere1. vormen 2. verzinnen
Romamnaar Rome
convenipf. van convenire
conveniresamenkomen
multitudo, dinesmenigte
animum attendere (ad +nv.?)de aandacht richten (op: ad +acc)
Romanus1. Romein 2. Romeins
iuvenis, esjongeman
memorize

Les 15A

Question Answer
vulnerare(ver)wonden
sials, indien
homo, hominesmens, man
mortuusgestorven
populusvolk
vulnus, nerawond
inquithij/zij zegt, zei
novikennen (pf. van noscere)
noscereleren kennen
bonusgoed
opes mv.1. rijkdom 2. macht
memorize

Les 15B

Question Answer
consideregaan zitten
putaredenken, menen
regnarekoning zijn
nondumnog niet
servaslavin
facere/-io (+nv.?)maken (tot +dubb. acc.)
senator, oressenator
ius, iura(het) recht
iureterecht, met recht
deiecipf. van deicere/-io
deicere/-ionaar beneden gooien
consedipf. van considere
vis, vim acc., vi abl.geweld
salutare (+nv.?)(be)groeten (als: +dubb. acc.)
se recipere/-iozich terugtrekken
miles, militessoldaat
memorize

Les 16A

Question Answer
hic, haec, hocdeze, dit
sials
pugnarevechten
ops, opem acc.hulp
timuipf. van timēre
timērebang zijn
dedecus, dedecoraschande
addidipf. van addere
adderetoevoegen
nisials niet
tuusjouw
nudusnaakt
deprehendipf. van deprehendere
deprehenderebetrappen, grijpen
interfecipf. van interficere
tantuszo groot
perferreverdragen
dediditpf. van dedere
se dederezich overgeven
vicipf. van vincere
vincereoverwinnen
victor, oresoverwinnaar
victoriaoverwinning
memorize

Les 16B

Question Answer
alienusvreemd, andermans
violareschenden, verkrachten
iste, ista, istuddie, dat
animus1. hart 2. geest
abesseafwezig zijn
affirmaremet klem beweren, verzekeren
peccareverkeerd handelen, zondigen
ille, illa, illuddie, dat; hij, zij, het
hic, haec, hocdeze, dit
exemplumvoorbeeld
cor, cordahart
-queen ...
extraxipf. van extrahere
extraheretrekken uit
sanguis, guinem acc.bloed
scelestusmisdadig, schurkachtig
tradidipf. van tradere
tradere1. overhandigen 2. overleveren
memorize