Create
Learn
Share

Latijn, basiswoordenlijst

rename
denise1997's version from 2017-09-13 15:39

Section 1

Question Answer
animusgeest, ziel, moed
ratio, rationis(be)rekening, manier, verstand, motief
mens, mentisverstand, gedachte
ingeniumaard, aanleg, talent
memoriageheugen, herinnering
memor, memorisdenkend aan, indachtig
meminizich herinneren, bedenken
obliviscor, oblitus sumvergeten
scio, scivi, scitumweten, kennen
scientiakennis, wetenschap
consciusop de hoogte, zich bewust
conscientiabewustzijn, geweten
nescio, necivi, nescitumniet weten
insciusniet wetend
ignoroniet weten, niet kennen
ignarusonkundig, onbekend met
sapiens, sapientiswijs, verstandig
sapientiawijsheid, inzicht
prudens, prudentisverstandig, bedachtzaam
prudentiaverstand, bedachtzaamheid
stultusdwaas, dom
memorize

Section 2

Question Answer
homo, hominismens, man
corpus, corporislichaam, lijk
robur, roboriskracht
viskracht, geweld
cruor, cruorisbloed, moord
sanguis, sanguinisbloed, levenskracht
nervuspees, spier
formavorm, gestalte, schoonheid
species, specieigestalte, uiterlijk, schijn
caput, capitishoofd, kop, hoofdstad
praeceps, praecipitishals over kop, steil
facies, facieigestalte, gezicht
vultusgelaatsuitdrukking, gezicht
os, orismond, gezicht
linguatong, taal
dens, dentistand, kies
frons, frontisvoorhoofd, voorkant
crinishaar
oculusoog
aurisoor
pectus, pectorisborst, hart
cor, cordishart
tergumrug
latus, lateriszijde, flank
membrumlid, deel
membraledematen
manushand, groep
digitusvinger, teen
pes, pedisvoet
passuspas, stap
memorize

Section 3

Question Answer
vivo, vixi, victumleven
vivuslevend, in leven
vitaleven, levenswijze
victuslevensonderhoud, voeding
animaadem, leven
spiroblazen, ademen, leven
spiritusadem(haling), leven
alo, alui, altumvoeden, grootbrengen
fames, famishonger
edo, edi, esumeten
sitisdorst, droogte
bibo, bibidrinken
cenamaaltijd
mensatafel, eten
lectus(aanlig)bed
cubo, cubui, cubitum(aan tafel) aanliggen, rusten, ziek zijn
panisbrood
aquawater
vinumwijn
misceo, miscui, mixtummengen
dormioslapen
somnusslaap
somniumdroom
habitowonen
habitushouding, kleding, toestand
vestiskleding(stuk)
togatoga
tunicaonderkleding, hemd
lavo, lavi, lautumwassen
lavorzich wassen, een bad nemen
memorize

Section 4

Question Answer
sentio, sensi, sensummerken, voelen, denken
sensuswaarneming, gevoel, opvatting
animadverto, animadverti, animadvertumopletten, bemerken, optreden tegen, bestraffen
video, visi, visumzien
videor, visus sumschijnen
viso, visibezichtigen, bezoeken
cerno, crevi, cretumzien, onderscheiden
conspicio, conspexi, conspectumin het oog krijgen
aspicio, aspexi, aspectumin het oog krijgen
conspectusaanblik
perspicio, perspexi, perspectumdoorzien
spectobekijken, kijken naar
considerobekijken, overwegen
contemplor, contemplatus sumbekijken, in ogenschouw nemen
intueorbekijken, beschouwen
audiohoren
concipio, concepi, conceptumvoelen, opvatten, ontvangen
percipio, percepi, perceptumwaarnemen, vernemen, begrijpen
memorize

Section 5

Question Answer
accipio, accepi, acceptumontvangen, vernemen, begrijpen
comprehendo, -hendi, -hensumgrijpen, begrijpen
intellego, intellexi, intellectumbemerken, begrijpen
disco, didicivernemen, leren
nosco, novi, notumleren kennen, inzien
novikennen, weten
cognosco, cognovi, cognitumleren kennen, vernemen
notusbekend
ignotusonbekend
comperio, comperi, compertum(precies) te weten komen
experior, expertus sumporberen, ondervinden
periculumproef, gevaar
perituservaren, kundig
imperitusonervaren, onkundig
veritas, veritatiswaarheid
veruswaar, echt
vere en vero (adv.)werkelijk, inderdaad
vero (coniunctivus)echter
falsusonecht, vals, verkeerd
rectusgoed, juist
pravusslecht, onjuist
certuszeker, bepaald
certe en certo (adv.)zeker
incertusonzeker
memorize

Section 6

Question Answer
locusplaats
loca, locorumplaatsen, streek
locoplaatsen, leggen, zetten
collocoplaatsen, onderbrengen
spatiumruimte, afstand, tijdsruimte
intervallumtussenruimte, tussentijd
regio, regionisrichting, streek
situsgelegen
pertineo ad, pertinuizich uitstrekken tot, betrekking hebben op
longuslang (plaats en tijd)
breviskort (plaats en tijd)
latuswijd, breed
angustusnauw, moeilijk
amplusruim, groot, belangrijk
altushoog, diep
altitudo, altitudinishoogte, diepte
propinquusdichtbij gelegen, naburig, verwant
appropinquonaderen
versor, versatus sumzich ophouden in
adversusgekeerd naar, tegenover, vijandig
diversustegengesteld, verschillend
contra + acctegen
contra (adv.)tegenover
contrariustegenoverliggend, (naar de vijand) toegewend, tegengesteld
sinisterlinks
dexterrechts
mediuszich in het midden bevindend
memorize