Create
Learn
Share

English vocabulary in use Unit 10

rename
annikei's version from 2016-11-12 12:19

Section 1

Question Answer
best friendsbeste vrienden
a good friendeen goede vriend(in)
casual acquaintance een persoon die je hebt ontmoet maar niet goed kent
housemateshuisgenoten
mate(wordt gebruikt in samengestelde zn) om een persoon te beschrijven waarmee je iets deelt
exex (bijvoorbeeld ex-vriendin)
steady (relationship)een vaste, niet snel veranderen
partneriemand waarmee je leeft of bent getrouwd, of iemand waarmee je werkt
colleaguescollega's
parents-in-lawschoonouders, (bijv. haar vriend z'n ouders)
memorize

Section 2

Question Answer
friend (on a social network)personen waarmee je persoonlijke informatie deelt
acceptaccepteren
interactop elkaar inwerken, omgaan
commentsopmerkingen
unfriend/defriendont-vrienden
contactscontacten
memorize

Section 3

Question Answer
likeleuk, lekker vinden
respectrespecteren, bewonderen
attract aantrekken, lokken
be attracted toworden aangetrokken door
lovehouden van
adorehouden van, vereren
idolise vereren, heel erge liefde hebben voor
look up toopkijken naar
admirebewonderen
fancyleuk vinden
dislikeniet houden van, een hekel hebben aan
can't standkan het niet uitstaan
loathehaten, verafschuwen
look down onneerkijken op
despiseminachten
leave someone cold/ don't do anything for someoneiemand doet niks voor je
memorize

Section 4

Question Answer
get on well (with each other)een goede relatie hebben
don't see eye to eye vaak ruzie hebben en het niet met elkaar eens zijn
fallen out withmet argumenten uitvallen tegen iemand
having an affairvaak een geheime, seksuele relatie
make it upweer vrienden zijn na een ruzie
seeing each otherelkaar ontmoeten en samen tijd besteden
got togethereen romantische relatie starten
memorize