Create
Learn
Share

1

rename
birasusi's version from 2016-06-15 09:32

Section

Mensen worden geboren met een
‘gemiddelde functie’ die tot een zekere
leeftijd (25-35 jaar?)
development fase)
Na een plateaufase is er een
progressieve daling van deze functie
(= post development fase)
een bepaalde grens.
Onder deze grens is adequaat
functioneren niet meer mogelijk, want
door de dalende homeostase vergroot
de kans op ziektes en sterfte.
initie van het verouderingsproces
Geen enkel orgaan of functie ontsnapt er aan
Gestuurd door 1 of meerdere interne klokken waarvan de informatie genetisch opgeslagen is

 

Primaire of endogene component
Genetisch (vb. grijs haar, ouderdomsdoofheid, ouderdomsverziendheid, …)
Niet te beïnvloeden
Secundaire of exogene component
Belang van life style en omgevingsfactoren! (roken, overvoeding, sedentair,
Ouderdomsziekten
Gedeeltelijk beïnvloedbaar

 

Verouderingstheorieën
1) Geprogrammeerd verouderen
Verouderen = vooraf geprogrammeerde opeenvolging van leeftijdsafhankelijke genexpressies
waarbij genen aan en uit worden gezet
De cel kan beperkt aantal keer repliceren en bij elke celdeling verkorten de telomeren waardoor
uiteindelijk apoptose (stoppen van de celgroei).
2) Stochastische (toevals)theorieën
Verouderen = vorm van slijtage waardoor de orgaanfuncties stilaan defect worden door
degeneratieve processen waarvoor onvoldoende compensatie
Vrije radicaaltheorie
Maximale levensduur (in jaren) ~1/dagelijks metabool verbruik (in cal/gr W)
 Mens (lager metabolisme) leeft veel langer dan veldmuis (5x hoger metabolisme)
Hypothese: productie van vrije radicalen wordt te groot waardoor endogene antioxidatieve
processen niet meer kunnen corrigeren schade van EW, DNA, lipiden
Foutencatastrofe theorie
Doorheen levensloop treden meerdere fouten op tijdens eiwitsynthese. Verouderen
weerspiegelt de fase waarbij opstapeling van deze fouten gebeurt en orgaandysfuncties
optreden.
(Neuro-endocriene en immunologische verouderingstheorie)
3) Evolutionaire verouderingstheorieën
Verouderen = resultaat van natuurlijke selectie die een groter belang hecht aan vroege
overleving en reproductie dan aan fitheid op oudere leeftijd
Mutatie-accumulatie theorie (P. Medawar, 1952)
Doorheen levensloop zijn er willekeurige schadelijke kiemcel mutaties die niet efficiënt opgelost
worden door natuurlijke selectie. Deze accumuleren dus en hun effect is pas later merkbaar, in
de vorm van achteruitgang en scha de (= ‘verouderen’). Verouderen is dus een opstapeling van
‘slechte’ genen.
Antagonistische pleiotrope theorie (G. Williams, 1957)
Pleiotropie = 1 gen heeft meerdere effecten op het fenotype. Antagonistische pleiotropie = 1
geen heeft meerdere effecten op het fenotype, waarbij 1 van deze effecten voordelig is en een
ander schadelijk.
Genen zorgen op jonge leeftijd voor gunstige kenmerken, maar op latere leeftijd zorgen
diezelfde genen voor schadelijke effecten waartegen natuurlijke selectie niks meer kan/wil
doen.
EXAMENVRAGEN GERIATRIE DEEL
Disposable soma theorie (T. Kirkwood, 1976)
Het menselijk lichaam heeft een bepaalde hoeveelheid energie ter beschikking en moet deze
verdelen over
Lichamelijk onderhoud
Voortplanting
Het lichaam moet dus compenseren en kan geen van beide lichaamsfuncties voor de volle
100% uitvoeren. Daardoor hebben species met een korte levensduur veel nakomelingen en
species met een lange levensduur weinig nakomelingen.
Elk organisme moet tijdens een optimale periode reproduceren opdat de nakomelingen grootste
kans op succes hebben.
minder tijd besteed kan worden aan herstel van celschade. Het gevolg is een a
schade en gedaalde levensduur bij species met langere zwangerschapsduur.
EEL 1 OPGELOST
Disposable soma theorie (T. Kirkwood, 1976)
Het menselijk lichaam heeft een bepaalde hoeveelheid energie ter beschikking en moet deze
Lichamelijk onderhoud en herstel
Voortplanting
Het lichaam moet dus compenseren en kan geen van beide lichaamsfuncties voor de volle
100% uitvoeren. Daardoor hebben species met een korte levensduur veel nakomelingen en
met een lange levensduur weinig nakomelingen.
organisme moet tijdens een optimale periode reproduceren opdat de nakomelingen grootste
kans op succes hebben. Hierdoor is er evolutionaire druk op het zwanger worden waardoor er
minder tijd besteed kan worden aan herstel van celschade. Het gevolg is een a
schade en gedaalde levensduur bij species met langere zwangerschapsduur.
3
Het menselijk lichaam heeft een bepaalde hoeveelheid energie ter beschikking en moet deze
Het lichaam moet dus compenseren en kan geen van beide lichaamsfuncties voor de volle
100% uitvoeren. Daardoor hebben species met een korte levensduur veel nakomelingen en
organisme moet tijdens een optimale periode reproduceren opdat de nakomelingen grootste
Hierdoor is er evolutionaire druk op het zwanger worden waardoor er
minder tijd besteed kan worden aan herstel van celschade. Het gevolg is een accum